3 redenen om naar de Olmense Zoo te gaan

Olmense Zoo viert zijn 20ste verjaardag.

Uit een enquête blijkt dat meer dan 30% van de bezoekers minstens één keer per jaar naar de dierentuin gaat. En opmerkelijk is dat ze dan meestal ook dezelfde zoo bezoeken; diegene die zich het dichtst bij hun woonplaats bevindt. Tegenwoordig is er keuze zat in ons land en allemaal hebben ze hun ‘speciale attracties’.

In de schaduw van de Antwerpse Zoo, Planckendael en Pairi Daiza werkt een kleinere dierentuin gestaag aan zijn naambekendheid. Hoewel, de Olmense Zoo (nabij Mol) bestaat al 20 jaar in zijn huidige vorm. En dit wordt vooral gevierd tijdens de laatste week van deze maand en in de maand juni. Geen gek idee om in je agenda nu al een datum aan te stippen, want een daguitstap naar de Kempen plan je niet elk jaar, nee toch?

1. Voorgeschiedenis van de Olmense Zoo:

Hoe het allemaal begon? Met een opmerkelijk verhaal: Louis Roofthooft, een gewezen Antwerpse kapitein, had een beperkte privécollectie wilde dieren verzameld in zijn eigen tuin, maar die werd met de jaren te klein. Dus zocht hij naar een groter terrein en in 1976 vestigde hij zich in Olmen en bracht zijn dieren over naar zijn privé-park. Roofthooft was ook een circusliefhebber en bijgevolg werd er een grote tent naast het domein geplaatst waar dagelijks circusvoorstellingen werden gehouden.

olmensezoo1


Na zijn dood werd het park overgenomen door de familie Verheyen die ook een privécollectie dieren bezat. Zij pasten de infrastructuur van het park aan en maakten het toegankelijk voor het grote publiek. In 1995 trok het park ongeveer 9.000 bezoekers. In 2014 waren dit er ongeveer 200.000, wat lang niet onaardig is voor een kleinere dierentuin. Overigens bleef de traditie van het circus behouden en kan je er in de zomermaanden dagelijks een attractie bijwonen.

(lees verder op de volgende pagina)