Digitale lezers onthouden veel minder

Jongeren ontwikkelen een zogenaamd bi-literair brein.

De verkoop van kranten en magazines neemt de jongste jaren gestaag af. De reden ligt voor de hand: mensen lezen almaar meer op e-readers, tabletcomputers en hun smartphone. Nochtans blijkt lezen of studeren op papier duidelijk een veel betere manier om de inhoud van de lectuur te onthouden. Dit blijkt uit een Frans-Noors onderzoek, waaraan vijftig proefpersonen zich lieten onderwerpen.

Men liet de testlezers een novelle van 28 bladzijden lezen. De helft mocht dit doen op een e-reader, de andere helft op papier. Een week later werd hen gevraagd de inhoud van het verhaal chronologisch te ordenen. Het vervolg laat zich raden: de ‘papieren lezers’ slaagden daar wonderwel in, terwijl bijna alle e-readers hiermee veel veer moeite hadden.

[related-posts]

De onderzoekers hebben hiervoor de volgende verklaring: bij het elektronisch lezen is men veel meer afgeleid door de omkadering van het scherm en zelfs door de vingerhandelingen op het toetsenbord. Onze ogen scannen a.h.w. de virtuele pagina van links naar rechts en van de ene hoek naar de andere. Op papier laten we onze blik beter gecontroleerd over de tekst rollen. Ons geheugen is hierop getraind.

Dit is echter geen reden om het elektronisch lezen te veroordelen. Door veel digitaal te lezen en minder op papier verandert ook de manier waarop we de gelezen informatie verwerken. Kinderen van vandaag die naast hun laptop ook schoolboeken benutten om lectuur en gegevens te verwerken, ontwikkelen een zogenaamd bi-literair brein. Dit stelt ze in staat om gaandeweg sneller te kunnen omschakelen tussen de twee leesstijlen.

Volgens het recente, hogergenoemd onderzoek is die evolutie al aan de gang. Van de testlezers slaagden 10 à 14-jarigen immers het best in beide proeven.