5 zaken waar je best op let als je een vleesvervanger koopt

Enkele gezonde richtlijnen.

Vroeger had men niet zoveel vegetarische opties als vandaag. Vegetariërs aten voornamelijk tofu, seitan en peulvruchten. Tegenwoordig heeft bijna elke supermarkt een ruim aanbod aan vegetarische burgers en namaakvlees. Zeker voor beginnende vegetariërs of voor mensen die minder vlees willen eten, zijn deze vleesvervangers gemakkelijke opties.
Het probleem? Deze producten zijn niet altijd even gezond.

Hanne Swaegers onderzocht voor haar bachelorproef in de opleiding Voedings- en Dieetkunde aan de Hogeschool Gent de samenstelling van 300 vegetarische producten. Aan de hand daarvan, stelde ze een veggiewijzer samen. Dit zijn haar aanbevelingen.

1. Genoeg eiwitten

Vooral als je nooit vlees eet, is het belangrijk dat je genoeg eiwitten binnenkrijgt. Vlees bevat doorgaans 20 tot 30 procent eiwitten. Voor een veggieburger is 10 gram eiwit per 100 gram een goede streefwaarde. 29 procent van de producten die Swaegers onderzocht, haalde die streefwaarde niet.

vleesvervanger 1


2. Niet te veel vet

Zowel onverzadigde als verzadigde vetten maken van vleesvervangers vaak caloriebommen. Toch zijn vooral verzadigde vetten te vermijden. Veel verzadigd vet verhoogt de cholesterol en vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Vleesvervangers bevatten daarom best niet meer dan 5 gram verzadigd vet per 100 gram.
47 procent van de onderzochte producten bevatte meer dan 10 gram vet per 100 gram.

vleesvervanger 2


(lees verder op de volgende pagina)