5 dingen die bleekneuzen zeker herkennen

Er zijn nu eenmaal mensen die nooit bruin worden!

Voor velen breekt nu een tijd aan die ze niet zo prettig vinden en hen in sommige gevallen met een heus complex opzadelt: ‘Waarom bruinen die anderen zo snel en ik helemaal niet?!’… Jaloezie is nooit ver weg en vernedering al evenmin. Volwassen bleekneuzen -vaak denigrerend ‘bleekscheten’ genoemd- hebben zich er al lang bij neergelegd dat hun huidtype niet bepaald ‘zonvriendelijk’ is en hebben complexloos met hun bleke tint leren leven. Zonnekloppers zullen ze nooit worden, want pas dan zouden ze zich ècht ziek voelen. Maar voor jongeren kan dit euvel verstrekkende, vooral psychische gevolgen hebben.

Er zijn nu eenmaal mensen die nooit bruin worden en daaraan kunnen ze niets verhelpen. Het lijkt ons belangrijk dat ‘makkelijke bruiners’ dit artikel ook lezen opdat ze zouden begrijpen wat er zoal door het hoofd gaat van hun tegenpolen.

1. Je wil geforceerd bruin worden:

Al van in de lente probeer je toch een min of meer een ‘gezonde’ tint te krijgen en daar zijn alle middelen goed voor, denk je dan: een wortelkuur, een zonnebankkuur of een paar beurten in het zonnekanon lijken jou de beste hulpmiddelen maar je bereikt ermee lang niet het effect dat je beoogt. En tijdens de zomermaanden gebruik je wel eens een kunstmatige ‘zelfbruiner’ om niet uit de toon te vallen. Maar de meeste gels en zalfjes kunnen nooit een natuurlijk ‘bruin’ bewerkstelligen. Anderen zien het meteen: je vergeet bepaalde plekken in te smeren, je vertoont eigenaardige vlekken of erger: de gel loopt uit als je zweet. Knap vervelend!

Sommigen zien een zonnebankkuur als oplossing voor hun bleekheid.
Sommigen zien een zonnebankkuur als oplossing voor hun bleekheid.

(lees verder op de volgende pagina)