De zeester heeft nooit een plastische chirurg nodig

Als je een arm van de zeester afhakt, groeit hij vanzelf weer aan.

Een zeester op het strand oogt veel aantrekkelijker dan een kwal. Vooral kinderen zijn door de beestjes geïntrigeerd, omdat ze maar liefst vijf armen hebben. Althans, de soort die je aan onze kust aantreft. De groep van zeesterren (Asteroidea) telt immers plusminus 1900 verschillende soorten, verspreid over de hele wereld. Sommige van deze stekelhuidige diertjes hebben 10 tot 20 armen die allemaal apart kunnen bewegen. Je zou kunnen stellen dat ze hiermee haast letterlijk de ‘schoolslag’ zwemmen in zee.

zeester2

5 of 20 armen, de zeester kan er altijd wel eentje missen. Asteroidea zijn een bron van voedsel voor andere zeebewoners, dus het is niet ongewoon dat meerdere armen van hun lijfje worden afgerukt of -gebeten. Geen erg, want eerlang groeien de verloren armpjes vanzelf weer aan.

[related-posts]

zeester3

De zeester heeft namelijk een uitzonderlijk ontwikkeld herstellend vermogen. Dit regeneratievermogen zorgt ervoor dat na een poos een nieuwe arm groeit op dezelfde plaats waar het beestje er één verloor. Dit vermogen is zelfs zo sterk, dat als er aan de afgeknapte arm nog wat weefsel zit van het centrale lichaam, er een compleet nieuwe zeester uit voortkomt. Zo kunnen er dus 2 zeesterren uit 1 ontstaan.

Asteroidea vertonen nog een aantal eigenaardigheden. De beestjes hebben een mondopening die zich aan de onderzijde van het centrale lijfje bevindt, terwijl de anus zich aan de bovenzijde positioneert. Het ‘lijfje’ is eigenlijk een grote maag, en de armen zijn a.h.w. zijn spijsverteringskanalen.

[related-posts]

zeester4

Goed om weten is ook dat zeesterren opmerkelijk van kleur kunnen verschillen. Die hangt af van de overheersende kleuren van de zeebodem waar ze verblijven. De meesten zijn bruin- of grijskleurig, maar ze duiken ook op in andere felgekleurde tinten, al naargelang de vispopulatie in bepaalde gebieden. Waar de meeste vissen blauw zijn, zullen ook de zeesterren een blauwe tint hebben. Wetenschappers nemen aan dat ze zich zo ‘camoufleren’ tussen de andere zeebewoners.

De zeester die aan de Belgische en Nederlandse kust aan de oppervlakte komt, is de gewone zeester -Asterias rubens- en je treft ze vooral aan bij het wisselde tij. Wanneer bij eb het water terugtrekt naar de volle zee, blijven ze vaak achter in getijdepoeltjes. De meesten hebben een doorsnede van 25 à 20 cm, maar je kan er net zo goed één van 50 cm op het strand ontmoeten. En néé, ze bijten niet, laat staan dat ze je een arm zouden afrukken!…