Schrijf jij nog wel eens gedichten?

Dit is hét voorbeeld van een ‘modern’ gedicht.

Tijdens mijn schooltijd waren we tijdens de lessen Nederlands zelfs verplicht om gedichten te schrijven. Bovendien moesten die beantwoorden aan een bepaald rijmschema. Dat lukte mij vrij aardig, in die mate dat ik gaandeweg liedjesteksten begon te schrijven. Het is misschien vreemd, maar het merendeel van de hedendaagse songteksten houden nog altijd rijmende woorden en versregels in. En dat terwijl ze in de moderne poëzie zo goed als verdwenen zijn.

Elk jaar worden de Herman De Coninck prijzen toegekend aan de beste gedichten van het afgelopen jaar. Deze week werden die door de winnaars in ontvangst genomen en de publieksprijs was voor Maud Vanhauwaert. Haar winnende gedicht zal binnenkort op posters verschijnen. Van ons krijg je alvast de digitale versie:

[related-posts]

Wij zijn evenwijdig

Er komt een vrouw
naar mij toe. Ze zegt
‘wij zijn evenwijdig,
raken elkaar in het
oneindige, laten we rennen’.

Zullen we wachten?
Zullen we wachten
tot de kinderen groot
zijn en de aardbeien
rood, ze zijn te bleek nog, te klein, te hard.
Zullen we wachten tot
de avond valt
en de nacht waarover
wij nog een keer
willen slapen.
Ze haakt haar arm in
de mijne tot een lemniscaat.

[related-posts]

Zullen we wachten
op een eerste stap
zo reusachtig dat
je makkelijk een tent
tussen onze benen spant
waarin nieuwe kinderen
kamperen, aardbeien rijpen
en niemand nog buiten
de zomer kan.

En we rennen.
Met onze armen
zwaaien wij een maat
die bij ons past.

[related-posts]

Zoals je merkt: geen rijmelarij. En já, ik moest wel even het woordenboek raadplegen want ik kende het woord ‘lemniscaat’ niet. Jij wel? Dit is de betekenis die Van Dale eraan geeft: de voetpuntskromme van een gelijkzijdige hyperbool ten opzichte van het middelpunt en tevens de inversie daarvan ten opzichte van hetzelfde punt. Duidelijk zo?