GETUIGENIS: “Ik ben Sam en dit is mijn leven met autisme”

0
630

Anders dan anderen.

Vandaag is het Wereldautismedag. Op die dag vinden allerlei initiatieven plaats om de samenleving te sensibiliseren rond de stoornis. Wie in zijn of haar directe omgeving weinig met autisme in aanraking komt, associeert het waarschijnlijk met extreme voorbeelden zoals Hollywood ons voorspiegelt. Rain Man is bijvoorbeeld een fantastische film, maar heus niet elke autist is een wiskundeknobbel zoals het personage van Dustin Hoffman.

Autisme wordt niet voor niets een spectrumstoornis genoemd. Als je een individu met autisme kent, ken je een individu. Er bestaan zoveel varianten dat elke persoon met autisme een totaal ander leven lijdt. Eén van die individuen is Sam. Hij heeft het syndroom van Asperger, een vorm van autisme. Het maakt hem tot wie hij is: iemand met een bijzonder gevoel voor humor, een gedrevenheid om te schrijven, een grote loyaliteit naar vrienden en familie toe, maar ook iemand met de nodige bagage en een moeilijke jeugd. Zijn autisme leidde ertoe dat hij een depressie kreeg en op een dag liever niet meer wilde leven.

“Hallo, ik ben Sam en ik heb een vorm van autisme. 
Alhoewel ik vrij snel wist dat ik anders was, werd het pas op mijn zeventiende vastgesteld. Ik denk dat als de school beter gecommuniceerd had met mijn ouders, het eerder was vastgesteld. Ik was op school vrij stil, maar een brave hardwerkende leerling. Ik klaagde nooit, ik behaalde goede punten. Niemand maakte zich zorgen om mij, maar eigenlijk hadden ze tijdens mijn kleuterjaren al moeten zien dat ik anders was. In de tweede kleuterklas zei ik mijn eerste woord pas, na Kerstmis. 
In de lagere school was ik duidelijk anders dan anderen. Ik was stil. Tijdens speeltijden was ik bijna altijd alleen. Ik koos er zelf voor om alleen te zijn, dus de leerkrachten stoorden zich er niet aan. Ze dachten er niet bij na dat ik mogelijk anders was, dat ik mogelijk iets had.

Ik werd ook altijd gepest toen ik in de lagere school zat. Om de één of andere reden deed dat pesten me niks.
 Ik heb het syndroom van Asperger. Ik leer mij aanpassen door anderen te kopiëren. Dat doe ik onbewust. Vanaf het moment dat ik in de middelbare school zat, had ik me aangepast. Ik was meestal bij een groep klasgenoten te vinden. Ik stond erbij, zodat ik niet opviel, maar ik zei nog altijd geen woord. De leerlingen van de school zagen wel dat ik anders was. Ik was vaak het mikpunt als ze grappen maakten, maar ik trok me niets aan van wat anderen van me vonden.



Mijn ouders zagen wel dat ik anders deed dan normaal was. Zo had ik bij het middageten een vaste plaats en werd ik woest als ik die plek niet kreeg. Ook kon ik eindeloos ‘waarom’ vragen, zo fel dat het anderen enorm opjaagde. Ze hadden ook door dat ik weinig vrienden had. 

Toen kwam het moment waarop ik mijn autisme ontdekte. Ik was zestien. Ik zat buiten met wat vrienden. Iemand sloeg mijn zus opeens, zonder reden.

(lees verder op de volgende pagina)

GEEN REACTIES