Jeugdbewegingen nog nooit zo in trek

Verschillende groeperingen moeten zelfs kinderen weigeren.

De taferelen die men gisteren zag aan een scoutslokaal in het Gentse kan je best vergelijken met wat men al een paar jaar ziet aan de ingang van de Vlaamse scholen in Brussel: ouders die in de nabijheid hun tentjes opslaan om er toch maar als de kippen bij te zijn om hun kind in te schrijven. Er is immers een teveel aan kandidaat-leden en men is er haast gedwongen om met wachtlijsten te werken.

Ook in en om Antwerpen is de vraag groter dan het aanbod. Op deze boom waren de meeste plaatselijke scoutsgroepen niet voorbereid. Van de 600 groepen in Vlaanderen zijn er momenteel 20 à 30 die met wachtlijsten moeten werken. In vele gevallen zijn er geen lokalen genoeg of is de leiding te beperkt in aantal om grotere groepen van kinderen te leiden dan ze gewend zijn. Daarom wordt een teveel aan kandidaten doorverwezen naar andere kleinere jeugdbewegingen.

[related-posts]

Het succes van de jeugdbewegingen loopt parallel met de groeiende belangstelling van de speelpleinwerking. De afgelopen maanden waren vakantiekampen voor kinderen zo goed als volledig bezet, al wordt het aanbod en de diversiteit almaar ruimer. Wellicht is de oorzaak deels te zoeken bij het feit dat er momenteel veel meer 6 à 8-jarige kinderen in en om de grootsteden wonen dan pakweg 5 jaar geleden. Maar de jeugdbewegingen hebben ook veel aan populariteit gewonnen door de degelijke aanpak van de kinderen door bekwame begeleiders. Het imago en de reputatie zitten goed, de mond-aan-mondreclame doet de rest.

vrienden

Niet onbelangrijk is ook dat de meeste leden van de jeugdbeweging kinderen zijn van twee werkende ouders. Omdat die tijdens het weekend vaak in de weer zijn met huiselijke klussen of eigen hobby’s, voelen ze zich gerustgesteld, wanneer hun kind zich onder toezicht met hun leeftijdgenoten kunnen ontspannen.

[related-posts]

Nochtans willen de jeugdbewegingen zelf niet uitgroeien tot ‘opvangcentra’. Net zoals ze geen ‘weekendschool’ willen zijn. Na vijf dagen op de klasbanken heeft elk kind recht op spel en ontspanning en vooral dát houdt de leiding bezig: als de groepen te groot worden, is het des te moeilijker om bv. een spel te bedenken en uit te voeren. ‘Leiders en leidsters mogen geen bewakers of oppassers worden’, klinkt het eensgezind!