Belgen zijn echte familiemensen

1 op 2 Belgen woont in de buurt van zijn familie.

Het kenniscentrum ILIV organiseerde onlangs een enquête onder ongeveer 2000 landgenoten onder de hoofding ‘Wat is de band met jouw familie?’. Blijkt dat iets meer dan 85% van de Belgen familie erg belangrijk vindt. Dit geldt echter meer voor vrouwen dan voor mannen. Vrouwen zijn a.h.w. de bewakers van de familiebanden.

Toch zijn het de twintigers die zich het meest gebonden voelen aan hun familie. 91% vindt de familie bijzonder belangrijk, en 3 op de 5 twintigers ziet zijn familie minstens eenmaal per week. Dimitri Mortelmans, professor gezinspsychologie, vindt dit resultaat niet verrassend: “We weten dat jongeren steeds langer thuis blijven wonen. Als ze uiteindelijk toch de stap zetten om de ouderlijke woning te verlaten, is het voor beide partijen moeilijk om de navelstreng door te knippen. Ze blijven elkaar dus nog frequent zien, en ouders blijven hun kinderen helpen met praktische zaken. ‘Hotel Mama’ wordt dan ‘Motel Mama’, anders gesteld.”

[related-posts]

Jong of oud, zolang de ouders nog in leven zijn, gaat bijna de helft van de ondervraagden nog minstens 1 keer per week op familiebezoek. Niet toevallig wellicht, maar 1 op de 2 blijft in de buurt van het ouderlijke nest wonen. In deze tijd van virtuele relaties op Facebook en andere sociale media is het opmerkelijk dat familiebezoekjes hoe dan ook een vast onderdeel blijven van het sociale leven van de gemiddelde Belg. Professor Mortelmans verklaart het fenomeen als volgt: “Ouders reageren enthousiaster op een woonst van hun kinderen als die bij henzelf in de buurt ligt. Dit enthousiasme verzilveren ze ook vaker met financiële steun.”

Grootouders Babysitten

Nog een opmerkelijke vaststelling: in mindere mate dan vroeger helpen de ouders met de kinderopvang. Volgens professor Mortelmans is dit te wijten aan het feit dat de grootouders meer vrijgevochten zijn dan vroeger: “Ze volgen cursussen, gaan op reis, hebben een rijk sociaal leven en zijn niet bereid dit op te geven door de komst van een kleinkind. Daarnaast werken ze zelf ook meer en langer, waardoor ze niet altijd voor opvang kunnen zorgen.” En nog volgens de professor zal deze trend nog duidelijker worden in de toekomst: “Met het optrekken van de pensioenleeftijd zal de druk op de officiële opvanginstellingen alleen nog maar toenemen. Een extra uitdaging dus voor het nu al nijpende tekort aan formele kinderopvang!”

[related-posts]

Voor zo ver ik mijn broers en zus, hun kinderen en kleinkinderen volg, beantwoorden zij allen aan de resultaten van dit onderzoek.