Terug naar school

Heet dit melancholie?

Wanneer ik dezer dagen tussen de rayons van een grootwarenhuis kuier, wordt mijn winkelkar als het ware automatisch toegezogen naar de rekken waar het bureau- en schoolgerief uitgebreid geëtaleerd staan. Daar bekruipt mij de drang om met gesloten ogen de nieuwste pennen, schriften en kaftjes te betasten en mijn neus letterlijk in een boekentas of pennenzak te steken. Is dit melancholie of heet dit een manie? Ik voel me zowat bedwelmd, wanneer ik de sfeer en de geur opsnuif van mijn schooltijd. Van alcoolstiften moet ik afblijven of ik word pas écht high. Dan overvalt mij een vreemd gevoel van kooplust en wordt mijn winkelkar binnen de kortste keren een kruiwagen, beladen met de oogst van al wat qua accessoires nieuw is op de intellectuele markt. Maar high of niet, ik koop altijd wel iéts. Alleen al een nieuwe bureaulamp kan mij de kracht geven om opnieuw het licht te zien in de sombere chaos van paperassen en facturen waarin ik soms verzuip.

Voor mij heeft 1 september een diepere betekenis dan 1 januari. Op nieuwjaarsdag kun je bezwaarlijk zeggen dat je met een frisse adem een nieuw begin aanvat. Lijkt me logischer dat je dit doet na de vakantiemaanden, wanneer je er even tussenuit bent geweest en daarnaast de tijd vond om schoon schip te maken met alle nutteloze rotzooi en administratieve rompslomp die maandenlang onberoerd in je huis rondslingerden. Nu mijn kasten uitgemest zijn, mijn laden herschikt en mijn bureau oogt als een uitdaging voor elke werkwillige werkloze, kan ik weer opgelucht ademhalen. Met dank aan het containerpark, waar vooralsnog voor mijzelf geen plaats is.

[related-posts]

1 september betekent voor mij zoiets als met een schone lei beginnen. Mét een bijbehorende puntige griffel, als het even kon. Ik voel me net een schoolknaap die met een nieuwe boekentas en een pak lege schriften in een volgende episode van zijn leertijd stapt. In mijn geval is dat zelfs een nieuw tijdperk. Ik werd in augustus 64 jaar en precies die 4 maakt het verschil: ik ben nu de zestig ‘ruim’ gepasseerd en vooralsnog géén 65, maar behoor nu volgens de regel wel bij de derde leeftijd. Het klinkt alleszins leuker dan dat ze me voortaan klasseren onder de noemer ‘oude van dagen’. Het zal wel geen toeval zijn, maar net op mijn verjaardag stak de nieuwsbrief van de plaatselijke seniorenclub ‘Eeuwig Jong’ mij de ogen uit. Of ik niet geïnteresseerd was om deel te nemen aan de gezamenlijke busuitstap naar Banneux? ‘Een buitenkans!’ schreeuwde de oproep… Nee, ‘een bedevaartsoord’, verduidelijkte Google.

In vele overzeese gebieden worden mensen van mijn leeftijd nu beschouwd als idool en symbool van wijsheid en ervaring, maar in deze westerse wereld heeft een term als ‘de derde leeftijd’ een ondefinieerbare, negatieve bijklank. Mìj doet het meteen denken aan de ‘derde wereld’, wat synoniem staat voor ontwikkelingshulp, armoede en ondervoeding. Ik kom nog rond en ik eet gezond, maar op mijn gezegende leeftijd ervaar ik zowaar het gebrek aan hulp bij mijn verdere ontwikkeling. Ik voel me eerder aangesproken door de publiciteitsgolf van de slogan ‘Terug naar school!’ dan door folders die me in kinderlijke bewoordingen de geneugten en profijten aanpraten die een 60-plusser te beurt vallen.

[related-posts]

De jongste weken lig ik soms wakker bij de idee hoe graag ik terug op een schoolbank zou gaan zitten. Want ben ik zelf niet toe aan tweedekansonderwijs? Of meer toepasselijk, aan ‘derdekansonderwijs’? Niet dat ik nog altijd zo leergierig ben als vroeger en overloop van ambitie en prestatiedrang  -al heb ik mijn derde adem al wel gevonden!-  maar ik heb het bijna zielige gevoel dat ik niet meer mee ben met de evoluties van de tijd. Telkens mijn computer zijn kuren krijgt, zou ik niets liever hebben dan dat ik de hete adem van de schooljuf in mijn nek voel, die over mijn schouder meekijkt en met haar zachte hand mijn hand over mijn muis begeleidt om het euvel met een simpele klik te herstellen. Godzijdank ben ik zélf nog niet de grijze muis die een helpend handje nodig heeft om te kunnen praten en te plassen, te stappen en te eten. Hoewel, ik schiet nú al tekort op zowat álle terreinen van de moderne samenleving. Ik moet dringend bijscholen of ik word een toonbeeld van de toenemende vergrijzing van onze maatschappij. Een ouwe knar, kortom. Ik zal vertrouwd moeten raken aan de hedendaagse opvattingen over sociaal contact. In elk bankkantoor loop ik verloren als tussen een rij openbare toiletten, waarvan er 4 op 5 niet meer functioneren, mijn blaas en sluitspier op springen. Waar zijn Hugo en Daniël, de bankbedienden met wie ik destijds aan het loket een rustige babbel kon hebben over mijn financiële transacties? Ik heb ze proberen te bereiken via ‘elektronisch bankieren’, maar ik stuitte van de ene ‘error’ op de andere en mijn conversaties reikten nooit verder dan een onbeantwoord gevloek van mijn kant. ‘Uw websitebezoek is verlopen. Bedankt en tot ziens!’… Toffe communicatie, zeg dat wel!

Moet ik nu heus blindelings en stiekem leren sms’en, proberen het vocabularium van de gangbare chattaal onder de knie te krijgen, als ik nog enigszins wil deelnemen aan het maatschappelijk verkeer? Zelfs in het wegverkeer ben ik aan bijlessen toe. Op naar de rijschool, andere stijl! Wil ik nog kunnen meedraaien in het overrompelende stadsgewriemel, zal ik mijn eigen wil moeten opdringen, vooral geen afstand houden, de voorrang van andere bestuurders ronduit negeren en mijn middenvinger moeten opsteken naar iedereen die in mijn weg rijdt of loopt. En als ze wat te zeggen hebben, doe ik mijn portierraampjes open en laat ik alle weggebruikers meegenieten van wilde R&B muziek die ik aan 100 decibels door mijn kasten van baffles laat knallen. En durf me dan nog eens uitschelden voor ‘een ouwe heer in het verkeer’, mietjes!

[related-posts]

Nee, een hippe zestig plusser moet zich aanpassen aan de moderne normen en waarden. Hij zal moeten leren spijbelen en spieken, leren ‘nee!’ en ‘shit!’ zeggen, leren schrijven in snelschrift mét DT-fouten en giant burgers leren eten zónder mes en vork. Hij zal het hele gamma van nieuwe producten van ‘Nivea for men’ moeten aanschaffen: een ‘oogroller’ die de wallen onder zijn ogen verdoezelt, een wondershampoo die de kale plekken in zijn haardos camoufleert, een smeersel dat het gekriebel van zijn onthaarde schaamstreek tegengaat, enz.

En nu we toch onder de gordel zijn beland: last but not least heb ik als prille zestiger het gevoel dat ik ook aan seksuele heropvoeding toe ben. Via tv-programma’s als ‘Open en bloot’, ‘Slikken en spuiten’ en ‘Blootgewoon’ krijg ik weliswaar gratis open school aan huis, maar veel bijgeleerd heb ik nog niet. Behalve dan dat ik (nog) best tevreden mag zijn met mijn prestaties in bed. Mijn laatste rapport werd beloond met een deugddoende 69. En volgens hogeschoolnormen betekent dit: ‘geslaagd met onderscheiding’!…