Speeldag 3: Engeland – Italië

Toveren.

Italië won van Engeland. Logisch toch en dit om twee redenen: twee tovenaars.

De coach van Italië is Cesare Prandelli.  Een topcoach, steeds in deftig maatpak, hand onder de kin vooruitdenkend.  Prandelli weet wat zijn spelers kunnen, maar ook wat ze niet kunnen.  Een tovenaar start vanuit je kwaliteiten en weet je minpunten te verdoezelen. Naast voetbalcoach is mijnheer Prandelli ook psycholoog want hij kan het enfant terrible bij uitstek, Mario Balotelli, beter laten voetballen en minder laten zeuren.  Balotelli is nog te vaak een klein kind, maar wel een kind met technisch vernuft.  Super Mario kan al goochelen met de bal maar nog niet toveren.  Nog wat geduld jongen en eet af en toe een banaan.

[related-posts]

De meestertovenaar heet Andreo Pirlo.  Geblinddoekt weet hij elke speler op een grasveld te vinden, steeds simpel maar zo’n virtuoos met of zonder bal.  Bij het doelpunt van Marchisio gaf Pirlo een assist zonder de bal aan te raken.  Moest “onze” tovenaar (Raymond Goethals) nog geleefd hebben, dan zou Pirlo steeds zijn eerste keuze zijn.  Pirlo is er 35 maar moet nog jaren meegaan, Italië kan nog niet zonder hem en sterker nog, ik kan niet zonder hem.

Italië is altijd al een tornooiploeg geweest, moeizaam starten en dan schitteren.  Nu moesten ze onmiddellijk top zijn want 4 jaar geleden werd Italië al in de eerste ronde uitgeschakeld, simpelweg een drama.  Tranen in Rome en sterven in Napels … het ga je goed Raymond.