Mens en dier in oorlog

Hypocrisie in het kwadraat.

Het is vandaag Oudjaar en Kerstmis is de feestrevue al gepasseerd.  Een periode dat de meesten van ons eens stilstaan bij de minderbedeelden in de samenleving.  Een mooie en nobele gedachte maar ik zet me al 364 dagen per jaar in voor mijn naasten en mensen die in armoede moeten ‘overleven’ (leven zou niet toepasselijk zijn).

Vandaag denk ik aan iets anders, iets wat al te vaak vergeten of weggelachen wordt.  Een tweetal weken geleden zag ik een filmpje van GAIA.  De dierenorganisatie is een campagne gestart met als slogan: “Gaia wenst iedereen foie gras-vrije feesten”.  Bij deze campagne horen enkele videoclips waarvoor enkele bekende Vlamingen zoals Bruno Vanden Broecke zich geëngageerd hebben.  In de clip probeert Bruno een liedje te zingen met een trechter in zijn keel.  Het blijkt een ware marteling te zijn, want Bruno krijgt geen noot deftig gezongen en wordt geteisterd door menige braakneigingen.  Uiteraard refereert Gaia hiermee aan de horror die ganzen dienen te ondergaan in functie van de latere foie gras.  U kent de beelden wel, een dikke pijp wordt in, en door, de keel van de dieren geramd.  De beelden zijn onmenselijk maar toch ook … ondierlijk.

Video Gaia:


 

Ik zal maar onmiddellijk bekennen dat ik geen lid van Gaia ben.  Michel Vandenbosch vind ik maar een rare snuiter.  Hij verkondigt vegetariër te zijn maar dat buikje spreekt hem tegen.  Volgens mij eet Michel al eens, in het geniep, een sappige steak of kotelet van de bevriende beenhouwer.  Ik las trouwens dat deze voorzitter van Gaia vorig jaar geveld werd door een hersenbloeding.  Het ga je bij deze goed Michel.  Ach, eigenlijk koester ik bewondering jegens Michel.  Man met een visie en al heel zijn leven vechtend voor dezelfde overtuiging.  Allerminst een hypocriet dus, in tegenstelling tot mezelf.

En zo beland ik terug bij de essentie van mijn column en dat is mijn eigen hypocrisie.  Ik zie mezelf als een dierenvriend.  Dit wil zeggen dat ik dieren in nood tracht te helpen en ze te verzorgen.  Ik zal zelden een spin doden maar probeer deze liever te vangen en zo het huis uit te zetten.  Maar toch … ik eet graag vis en, met ouder te worden, ook graag vlees.  Ik besef dat de liefste en schattigste varkens, koeien of kippen voor mij gedood worden.  Deze dieren worden geboren, gefokt en vermoord, enkel voor mijn smaakpapillen.  Want als ik eerlijk ben, heb ik geen vlees nodig om gezond op deze planeet mijn ding te kunnen doen.

Ik besef dit dus volledig en toch doe ik er weinig mee.  Ik zal uiteraard geen foie gras eten en probeer ook niet te overdrijven met mijn consumptiegedrag, maar toch blijf ik vlees en vis eten met de constatatie dat het toch verdomd lekker is.  De natuur zelve zit vol van dierlijke instincten.  Mijn katten zijn de allerliefste op deze planeet maar gaan ook op jacht naar vliegen, vlinders of zelfs muizen.  Deze laatsten worden simpelweg, en in één ruk, verorberd.  Ik vind het verschrikkelijk voor die kleine muizen maar anderzijds aanvaard ik het ook met de gedachte dat de wetten van de natuur bikkelhard zijn.  Mijn principes zijn dus even hypocriet als het smoelwerk van George W. Bush, al is mijn geweten wel zuiver.

Ik kijk dagelijks in mijn aangedampte spiegel en besef dat mijn liefde (hypocriet of niet?) voor de dieren is voortgesproten uit twee jeugdherinneringen.  Vooraleerst had ik vroeger een stickerboek van het WWF, naast mijn stickerboek van de allerbeste voetballers natuurlijk.  Met de recente “pandarel” moest ik nog aan dit boek terugdenken, het logo van het WWF is immers eveneens zo’n mooie bamboevreter.  In mijn boek was er een hoofdstuk gewijd aan de uitgestorven dieren.  Ik vond dit als kind, en nu nog als oud kind, verschrikkelijk.  Hoe kan een hele dierensoort nu uitsterven?  Dan had je nog de dieren die met uitsterven bedreigd werden.  Die bedreiging had een naam en een gezicht, namelijk de mens.  Toen ik naar deze prentjes keek, voelde ik ergens in mij een seriemoordenaar ronddwalen want ik was ook een mens.

Als tweede element is er nog mijn empathisch vermogen dat als kind door mijn ouders werd gestimuleerd, ik ben ze er tot op vandaag de dag nog dankbaar voor.  Onze buurjongen had een hond en dat was voor mij het ideale speelkameraadje.  Groot, lief en vooral nooit boos op mij.  Ik vond het toen leuk om aan de staart van de hond te trekken, het was gewoon fijn en om een onbegrijpelijke reden ook grappig.  Op een dag zag mijn vader dit en riep me op het appèl.  De woorden die hij toen sprak, hebben heel mijn leven bepaald: “Doe niet bij iemand anders, wat je niet wil dat anderen bij jou doen”.  Ik moet deze zin eigenlijk vijfmaal opnieuw lezen maar alle pedagogische vraagstukken kennen deze zin als antwoord.  Bond zonder naam of bond met een naam, deze slogan zou iedereen moeten kennen en toepassen in zijn of haar leven.  Het woord ‘sadisme’ zou prompt uit de Van Dale verdwijnen.

In praktijk viert de oorlog tussen mens en dier nog steeds hoogtij, ik doe lustig mee.  Dieren, kunnen helaas of gelukkig geen weerwoord bieden. Gaia verkondigt wel hun stem, voice of the voiceless.  Misschien moeten we met deze dagen nog eens een video, dvd of blu-ray disc in ons apparaat steken.  Planet of the apes, verfilming van het boek van Pierre Boulle.  Geschreven in de jaren ’60 maar brandend actueel.  Eet tijdens de film alvast een portie Zwan-worstjes, want daar zit alles in, alles … behalve vlees!